Doorgaan naar inhoud

Na 30 jaar met pensioen

Met pensioen? Anja moest er heel lang niet aan dénken als haar leidinggevende ernaar informeerde. ‘Ik was er helemaal niet aan toe. Pas toen ik minder dagen ging werken, merkte ik dat het me goed deed. Maar nog steeds denk ik: met pensioen? Dat is toch iets voor bejaarden?’ Op 9 april a.s. is het dan toch écht zover: na 30 jaar in het sociaal domein zwaait Anja van der Veen af.

Interview met Anja

Waar verheug je je het meest op?
‘Op de tijd nemen om lekker in de zon te zitten met een kopje koffie. En meer tijd hebben voor mensen en dingen die ik leuk vind, zoals mijn vijf kleinkinderen, naaien, wandelen en muziek. Ik heb altijd al willen leren quilten; dat ga ik in ieder geval doen. Ik heb bewust nog niks ‘groots’ gepland, anders zit ik straks wéér vol.’

Wat wilde je worden toen je een kind was?
‘Ik wilde graag ‘iets met kinderen’ doen. Ik ben de oudste van vele kleinkinderen en was altijd met kleine neefjes en nichtjes in de weer. Dat vond ik heel leuk. Na mijn studie sociaal-cultureel werk rolde ik via een stage in mijn eerste baan bij een, redelijk streng christelijk, vormingscentrum voor werkende jongeren die ‘partieel leerplichtig’ waren. Ik was maar een paar jaar ouder dan de leerlingen; ik voelde me één van hen. Ik ging er op de racefiets heen en trok op kantoor de (verplichte!) rok aan die mijn moeder had genaaid. Al met al heb ik daar een heel leuke tijd gehad.’

En daarna?
‘Na de geboorte van onze oudste zoon ben ik een tijd thuis geweest. Kinderopvang was er simpelweg nog niet. Na onze verhuizing naar Ede en nog een kind erbij heb ik een aantal jaren bij het NIZO gewerkt op personeelszaken. Toen ook die baan stopte en we ondertussen ons derde kind hadden gekregen, deed ik een tijdje vrijwilligerswerk in een AZC. Maar dat mocht toen niet van het UWV, onvoorstelbaar nu. Daarna kwam ik bij de gemeente Ede terecht, bij de toenmalige sociale dienst. De eerste vijf jaar op uitzendbasis, want ik werkte niet genoeg voor een vast contract, opnieuw vanwege het ontbreken van kinderopvang.’

In je loopbaan heb je veel functies gehad. Wat past het best bij jou?
‘In 2006 werd ik preventiemedewerker schulddienstverlening. Een ontzettend leuke baan met heel veel vrijheid. Ik mocht het helemaal zelf invullen; ik was lekker buiten. Ik kon er helemaal in duiken, heerlijk. In 2015 kwam ik, na een jaar bij het Sociaal Team gezeten te hebben, weer terug op het Raadhuis, nu als re-integratieconsulent.’

 

‘Kijk.
Kijk écht naar de mens tegenover je.’  

 

In 2018 ontstond Werkkracht. Hoe was dat?
‘Ik moest er wel even aan wennen dat ik niet meer direct voor de gemeente werkte, al is dat indirect natuurlijk wel zo. Er kwam een andere energie. Er zijn veel mooie dingen ontstaan; ik vind dat Werkkracht het goed heeft opgepakt.’

Wat vind je goed?
‘Wat ik goed vind, is het maatwerk. Ieder mens heeft iets anders nodig op weg naar werk en meedoen. Daarbij denk ik aan FIP, waarbij we frequent, intensief en persoonlijk contact hebben met de groep voor wie de afstand tot werk heel groot is. Maar ook aan Groeikracht, waarin mensen zichzelf versterken met een modulair programma.’

De laatste jaren was je intaker…
‘Ja, hierin kon ik al mijn ervaring bundelen. Ik vond het boeiend, omdat het iedere keer weer een verrassing is wie je tegenover je krijgt. Soms zijn mensen zenuwachtig of bang. Ik vond het mooi om steeds weer te proberen de juiste afstemming te vinden en iemand te bieden wat hij of zij op dat moment nodig heeft.’

En straks laat je het los… Lukt dat?
‘Dat vind ik nog lastig. Het voelt niet helemaal af. Dan wil ik nog één keer iemand bellen of mailen, zorgen dat het beeld helemaal compleet is en alles afgerond is. “Komt goed”, zeggen mijn collega’s. En dat is natuurlijk ook zo.’

Welke tip heb je voor mensen die net beginnen?
‘Kijk naar de mens die tegenover je zit. Kijk écht. En ga bij collega’s te rade; vraag gewoon wat je niet weet. Daar kun je ontzettend veel van leren.’

Wat ga je missen?
‘Collega’s natuurlijk. Als je met pensioen bent, zit je al snel alleen tussen generatiegenoten, dus werken met jongere collega’s zal ik ook zeker missen. Ze praten snel, denken snel… Aan het eind van de dag was ik soms kapot, maar het is wel héél leuk.’