JavaScript is uitgeschakeld, waardoor delen van deze website niet goed functioneert. Schakel JavaScript in om de site correct te laten werken.
Zorgen voor een zelfredzame nieuwe Edenaar. Dat is de opdracht waar de gemeente Ede en Werkkracht voor staan.
De gemeente Ede, Werkkracht en Taalschool Veluwe werken in een pilot samen aan een integrale aanpak van inburgering. In deze samenwerking worden taalonderwijs en participatie bewust verbonden, zodat statushouders beter worden ondersteund bij het opbouwen van een zelfstandig bestaan in Nederland.
Zorgen voor een zelfredzame nieuwe Edenaar. Dat is de opdracht waar de gemeente Ede en Werkkracht voor staan. Een deel van de statushouders lukt dat met relatief weinig ondersteuning. Zij stromen door naar onderwijs, vrijwilligerswerk of betaald werk. Maar er is ook een groep die meer begeleiding nodig heeft.
Juist voor die groep startten de gemeente Ede en Werkkracht de afgelopen maanden een samenwerking met Taalschool Veluwe binnen het driejarige inburgeringstraject. De sleutel in deze pilot is een integraal aanbod van taalonderwijs en meedoen in Nederland. In februari 2026 begon een groep van tien statushouders met deze aanpak.
Kan deze persoon direct worden bemiddeld naar werk? Is er al huisvesting voor deze persoon in Nederland? Het is een greep uit de vragen waarmee procesregisseurs Miriam Guiking-Dumoulin en Anne-Miek Brunekreef zich dagelijks bezighouden. Zij voeren intakes, nemen tests af en bekijken welke inburgeringsroute het best past. Vervolgens beleggen zij zaken bij de verantwoordelijke uitvoerders.
Sinds begin dit jaar werken de gemeente Ede, Werkkracht en Taalschool Veluwe samen op Molenstraat 13. Miriam: ‘Inburgeraars komen hier voor het intakegesprek, voor de taallessen en om te spreken over bijvoorbeeld een werkervaringsplek met Werkkracht. Dat geeft het inzicht dat nodig is om bijvoorbeeld iemand te laten versnellen of juist extra aandacht te geven.’
Procesmanager Anne van Ledden benadrukt het belang van taal leren vanuit de dagelijkse praktijk. ‘Tot nu toe volgden mensen de verplichte 800 uur taalles en 800 uur participatie vaak los van elkaar. Juist een goede afstemming is belangrijk om thema’s die iemand op dat moment ervaart ook talig aan te bieden. Daarom zijn we deze pilot gestart met Taalschool Veluwe. Aan de pilot doen tien statushouders mee. Dit doen we bewust in hetzelfde pand als de procesregisseurs en trajectbegeleiders van Werkkracht. Door samen te zitten kunnen we werken vanuit een goed en gedeeld overzicht. In de les kunnen we aansluiten bij wat er gebeurt op de participatieplek of in de trainingen van Werkkracht. En als er externe problemen zijn die het leerproces belemmeren, kunnen de procesregisseurs snel schakelen. Dit is het maatwerk dat we zochten om de inburgering beter te laten slagen.’
Procesregisseur Miriam vult aan: ‘Deze doelgroep heeft behoefte aan ondersteuning bij de dingen die zij werkelijk in het dagelijks leven tegenkomen. Denk aan een gesprek met de juf, de verhuurder of iemand van het consultatiebureau. Mensen hebben op allerlei fronten vragen als ze hier een leven opbouwen. Bij elkaar zitten zorgt voor korte lijnen, zichtbaarheid en toegankelijkheid.’
Collega Anne-Miek knikt instemmend: ‘Er is nauwelijks verzuim en de drempel om binnen te lopen is heel laag. Bij elkaar zitten is praktisch en werkt ook letterlijk verbindend. Toen ik laatst oma werd, heb ik bijvoorbeeld beschuit met muisjes getrakteerd. Dat werd daarna direct behandeld in de taallessen. We merken dat de groep heel gemotiveerd is door onze aanpak.’
Gertjan Buitink van Taalschool Veluwe benadrukt het belang van aansluiten bij wat er speelt in het hier en nu. ‘Voor mensen die weinig of geen onderwijs hebben gehad, staat ‘schools leren’ vaak ver van hen af. Daarom werken we bewust met docenten die aansluiten bij hun leefwereld, vertrouwen opbouwen en praktijkgericht lesgeven.
Onze docenten Woutine en Fredie behandelen in deze pilot herkenbare situaties uit de dagelijkse praktijk, zoals reizen, een treinkaartje kopen of naar de bibliotheek gaan. Zo leren deelnemers niet alleen de taal, maar ook hoe het werkt in Nederland. Woutine, die het programma ontwikkelt, stemt het materiaal en de didactische opzet af op de groep. Door de vele interactie en de overstijgende begeleiding vanuit Werkkracht en de gemeente kunnen we snel inspelen op problemen die het leren belemmeren. Zo worden deelnemers echt zelfredzaam. Ook kunnen alle deelnemers nu in de basis Nederlands lezen en schrijven – er gaat een wereld voor ze open!”
Om voldoende kennis van de Nederlandse taal en samenleving op te doen, volgen statushouders een inburgeringstraject. Er zijn drie leerroutes waarmee inburgeraars aan hun inburgeringsplicht kunnen voldoen: de B1-route, de Onderwijsroute en de Zelfredzaamheidsroute.
De B1-route bereidt voor op betaald werk of vrijwilligerswerk in Nederland. Het traject wordt afgesloten met taalexamens en een kennisexamen.
De Onderwijsroute is vooral voor jongeren. Deze route bereidt voor op een opleiding aan mbo, hbo of universiteit. Het traject wordt afgesloten met taalexamens en een kennisexamen.
De Zelfredzaamheidsroute (Z-route) is voor inburgeraars waarvoor de B1-route of de onderwijsroute te moeilijk is. In deze route volgen de inburgeraars 800 uur taalles en ze moeten 800 participatie-uren maken.