JavaScript is uitgeschakeld, waardoor delen van deze website niet goed functioneert. Schakel JavaScript in om de site correct te laten werken.
Werken en meedoen is essentieel om je plek te vinden in Nederland. Met talige participatie zet Werkkracht in op een zelfredzame nieuwe Edenaar.
Om voldoende kennis van de Nederlandse taal en van de samenleving te krijgen, moeten statushouders een inburgeringstraject volgen. Werkkracht tekende dit jaar voor het participatiegedeelte (800 uur) van de Zelfredzaamheidsroute (Z-route). Het doel: zorgen voor een zelfredzame nieuwe Edenaar. Hiervoor ontwikkelde Werkkracht een continuüm van bijeenkomsten waarin talige participatie centraal staat. Onlangs startten de eerste drie groepen. Een update van Judith de Heus (projectleider Inburgering), Woutine van Beek (NT2-docent/adviseur Nederlandse taal), Martin Verduyn en Anne van Ledden (procesmanagers).
Jullie zijn gestart, vertel… Projectleider Inburgering Judith de Heus: ‘De eerste vier tot acht weken staan in het teken van elkaar en Werkkracht leren kennen. Net als bij reguliere kandidaten zetten we ook in ons participatieprogramma in op een goed beeld van de persoon. Wie is hij? Wat wil hij? Wat kan hij? Moet hij nog wennen aan het idee te gaan werken, heeft hij vooral versterking nodig in de weg naar werk of is hij mogelijk direct bemiddelbaar? Zo weten we wat er in het vervolgtraject naar werk nodig is. Formeel heeft de inburgeraar drie jaar de tijd om het programma af te ronden, maar als het eerder kan, zetten we daar natuurlijk op in. Soms is iemand direct duurzaam bemiddelbaar.’
En dan? Judith de Heus: ‘Na vier tot acht weken staat er een groep met een sterke verbinding, waarin mensen elkaar versterken en ondersteunen. Ze weten wat ze van Werkkracht kunnen verwachten en waarmee ze zelf aan de bak moeten. In het vervolgprogramma werken we met de inburgeraar en ons multidisciplinaire team samen toe naar een zelfredzame nieuwe Edenaar. Dat doen we door “buiten naar binnen te halen”. We zorgen voor talige participatie aan de hand van twaalf thema’s die mensen werkelijk in het leven tegenkomen.
Judith de Heus, projectleider Inburgering
Waarom is talige participatie belangrijk? NT2-docent en trainer/adviseur Nederlandse taal Woutine van Beek: ‘Taal is essentieel om mee te kunnen doen, maar de taal leer je uiteindelijk pas echt in de praktijk’. Het komt vaak voor dat inburgeraars tijdens bijeenkomsten worden overladen met informatie over “zo doen we dat hier”. En in de taallessen leren ze basiswoorden-en zinnen. Als het hierbij blijft dan blijft er vaak weinig van hangen. In dit programma slaan we daarom de brug tussen die twee. We begeleiden inburgeraars in de praktijk. We doen het samen, hierdoor leren ze hoe het allemaal werkt in Nederland én krijgen ze meer taalvaardigheid.
‘Als NT2-docent en als trainer/adviseur Nederlandse taal breng ik de taal uit de schoolbanken tot leven. Dit doe ik door zo veel mogelijk realistische scenario’s te oefenen met inburgeraars die een traject bij Werkkracht volgen. En we gaan daadwerkelijk veel naar buiten om de taal in de praktijk te oefenen. Bijvoorbeeld de weg vragen, iets kopen op de markt of iets ruilen in de winkel. Zo bouwen de inburgeraars durf en vertrouwen op om de taal te spreken. Want dat is het belangrijkste. Dat ze het gaan dóen! Alleen dan worden mensen echt zelfredzaam.’
Woutine van Beek, NT2-docent/ adviseur Nederlandse taal
Jullie sluiten aan op de taal- en leerbehoefte dus? Judith de Heus: ‘Jazeker. We denken ook aan het opzetten van een inloopspreekuur voor taalvragen, voor specifieke vragen die mensen hebben. Ook wat betreft inhoud willen we maatwerk leveren en aansluiten bij de belevingswereld. Zo zijn jongeren vaak enthousiast over het idee een rijbewijs te halen of te ondernemen. Wij geven handvatten om daarin stappen te zetten. Immers: Hoe intrinsieker mensen gemotiveerd zijn, hoe groter het leereffect.’
Wat doen jullie in de pilot met Taalschool Veluwe? De Heus: ‘Juist omdat taal en participatie hand in hand gaan, wilden we intensiever samenwerken. Woutine zal daar een deel van het programma verzorgen voor de groep die niet goed in het reguliere taalprogramma past. Denk aan aparte groepen voor jongeren die niet bij hun ouders in de klas willen zitten of moeders die overdag voor jonge kinderen zorgen. We willen zorgen dat niemand buiten de boot valt.’
En welke rol speelt het netwerk om de inburgeraar heen? Procesmanager Martin Verduyn: ‘Dat speelt een cruciale rol. Daarom is de integratie van het netwerk is essentieel. Soms hebben inburgeraars met zoveel partijen te maken, dat ze verzanden in de geboden hulp. Daarom werken wij intensief samen met onze partners om één netwerk om de inburgeraar te zijn: van de ondersteunende gemeentelijke dienst tot de werkgever. Mensen zelfredzaam maken begint met een vloeiend proces waarin alle schakels vroegtijdig betrokken zijn.’
Martin Verduyn, procesmanager
Een geïntegreerde aanpak dus? Procesmanager Anne van Ledden: ‘Ja, we willen dat niemand tussen de wal en het schip valt. Om je plek te vinden in Nederland is meedoen en werken essentieel. Martin heeft een mooi inhoudelijk programma opgezet. Ik neem nu het stokje over als het gaat om het uitrollen, bestendigen en managen.’
Anne van Ledden, procesmanager